Voordat de familie van Beatrix op de Nederlandse troon terecht kwam, had Nederland een Franse koning. Lodewijk Napoleon was het broertje van de Franse keizer Napoleon. Hij had het beste met het land voor.
Het idee om van Nederland een koninkrijk te maken, met aan het hoofd een familielid, kwam van keizer Napoleon. Sinds 1795, toen de Fransen hielpen bij een Nederlandse revolutie, stond het land onder Franse bescherming. Omdat de Nederlandse regeringen er volgens hem niets van bakten, gooide Napoleon het roer om. In 1806 stuurde hij zijn broer om de grip op Nederland te vergroten. Lodewijk wilde liever niet naar Nederland. Maar zijn broers wil was wet. Lodewijk maakte er het beste van.
Dat lukte hem goed. Lodewijk wilde een koning van het volk zijn. Daarom zwakte hij de maatregelen van zijn broer af. De dienstplicht voerde hij bijvoorbeeld niet in. Ook met een verbod op handel met Engeland, de vijand van de Fransen, nam hij niet zo nauw. Wél deed hij zijn best de Nederlanders te helpen. Toen in 1807 in Leiden een kruitschip ontplofte waarbij 150 mensen omkwamen, ging Lodewijk kijken. Hij zorgde voor voedsel, noodfondsen en nieuwe huizen.
Maar keizer Napoleon was ontevreden. Lodewijks optreden leverde te weinig op. In 1810 lijfde Napoleon Nederland daarom toch maar bij zijn keizerrijk in. Lodewijk deed afstand van de troon. Tussen de broers kwam het niet meer goed. Lodewijk had ondertussen wel de basis gelegd voor ons latere koningshuis. Vanaf 1813, toen Napoleon was verslagen en de Franse soldaten naar huis gingen, kwamen de Oranjes op de troon. Het 'broertje' van was in de ogen van zijn broer misschien mislukt, maar voor de ontwikkeling van de Nederlandse staat was hij heel belangrijk.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana