In de middeleeuwen waren er een paar legendarische koningen. Karel de Grote was daar één van. Hij bouwde een indrukwekkend keizerrijk op in Europa.
In de vijfde eeuw was het helemaal afgelopen met het Romeinse Rijk. De meest invloedrijke stam op dat moment waren de Franken. Hun koningen legden de basis voor een nieuw Europees keizerrijk, met als beroemdste voorman Karel de Grote. Onder zijn leiding breidde het rijk zich gigantisch uit. Zijn grootste doel was om alle stammen (Germanen, Saksen, Franken etc.) die in Europa leefden, tot één christelijk volk te maken.
Vanuit zijn paleis in Aken bestuurde hij zijn rijk, waar ook de Nederlanden onder vielen. In 800 kroonde de paus Karel de Grote tot keizer, wat hem nog meer aanzien gaf en waarmee hij als het ware de Romeinse keizers van weleer opvolgde.
Dat hij in ieder geval veel indruk heeft gemaakt in de Nederlanden, blijkt wel uit de verhalen die, lang na zijn dood, altijd nog over hem verteld werden. Daarin had hij steeds een grote heldenrol en was hij hét voorbeeld van een nobele, goed christelijke koning.
Of hij nou echt zo heilig was, valt te bezien met het oog op de vele oorlogen die hij voerde. Maar het is wel zeker zo, dat hij veel heeft bijgedragen aan de culturele ontwikkeling in Europa. Zo ontwierp hij een letter die makkelijk te lezen en te schrijven was. Dat lijkt misschien onbelangrijk, maar eerder waren de handschriften werkelijk níet te ontcijferen.
Na de dood van Karel was de eenheid snel voorbij. Zijn erfgenamen, drie zonen, kregen onderling zo'n ontzettende ruzie, dat het rijk in stukken uiteen viel. Toen was het de beurt aan de Duitse keizers.
Bijdragen
Reacties (5)
Reacties (5)
Loading…
Bas
peter
Zoeken naar items op Europeana
Zucht...
Weer zo'n stuk vol fouten en verkeerd begrepen feitjes. Dit is genant, hoor. Vraag eens hulp aan een mediëvist...
Re: Zucht...
Dag Henk,
Zou je aan kunnen geven wat er volgens jou fout en/of verkeerd begrepen is? Dan kunnen we op basis daarvan het artikel wellicht aanpassen. Dat zou niet de eerste keer zijn, en het is de gedachte achter deze website.
Re: Re: Zucht...
Jasper, ik heb er begrip voor dat dit korte, handzame stukjes moeten zijn (al kan iedereen veel langere en dikwijls betere stukken over al deze figuren op Wikipedia lezen) maar het is niet iedereen gegeven dat op een goede manier te doen. Wat hier samengevat wordt is van zo'n onkunde getuigend dat elke historicus daarvan gaat tandenknarsen. Ik wil wel eens een voorbeeld maken van hoe het echt moet, maar ik doe dit werk omdat ik er een boterham mee moet verdienen. Het is een vak en daarvoor heb ik een dure studie gevolgd; daar wil ik ook wel eens wat van terug zien. Een voorbeeld kun je dus krijgen, en waarom niet dat over Karel de Grote, maar dat is het.
Kritiek op het lemma Karel de Grote
Onderstaand kritiek op het lemma Karel de Grote is via email ontvangen van Henk ’t Jong . Ik heb in het ontvangen document een wijziging aangebracht; Henk richt zijn kritiek in het stuk op de persoon die voor het Nationaal Historisch Museum het lemma geeft gemigreerd van de oude ANNO website naar het INNL netwerk. Het is dus onterecht dat deze persoon verantwoordelijk is voor de taalkundige verwoording en de historische inhoud. De naam van deze persoon is vervangen door de het Nationaal Historisch Museum.
Henk heeft op ons verzoek zijn kritiek onderbouwd die hij heeft op lemmata uit het INNL netwerk over de middeleeuwen. Ik ben blij met de bijdrage van Henk omdat wij graag een constructieve bijdrage zien op stukken zodat andere gebruiker hiervan kunnen leren (en wij ook) ik heb dan ook zeer veel interesse de kritiek van Henk gelezen en ben blij met de inhoud ervan, ook al is het soms even door de scherpe toon van schrijven heen bijten. Maar dat zijn we gewend van Henk op ons platform andere sociale platformen zoals Linkedin, en als Nationaal Historisch Museum moeten we tegen kritiek kunnen (mits deze maar onderbouwd is).
Ik ga de kritiek van Henk voorleggen aan onze conservatoren maar ik wil ook een beroep doen op de gebruikers van het INNL netwerk om hun mening te geven, zijn er aanvullen of andere inzichten?
Naast de taalkundige verwoording en historische inhoud haalt Henk in mijn ogen kort maar een belangrijk discussie punt aan, is opname van Karel de Grote in de Canon van Nederland wel terecht, is hij wel zo belangrijk geweest voor ons land. Ik ben benieuwd wat jullie mening daar over is, en wil voorstellen om dit te doen onder bij de Canon van Nederland.
Kritiek op het lemma Karel de Grote
Kritiek op het lemma Karel de Grote van de INNL website.
Dit is een kritiek op zowel de taalkundige verwoording als de historische inhoud van dit door het Nationaal Historisch Museum geschreven lemma.
In de middeleeuwen waren er een paar legendarische koningen.
Wat bedoelt men met legendarische koningen? Koningen over wie legenden verteld worden? Koningen die legendarische dingen gedaan hebben? Koningen die legendarisch zijn en dus niet echt geleefd hebben? Karel heeft echt bestaan, over hem is een aantal epische verhalen bekend (die waarschijnlijk slechts gedeeltelijk op waarheid zijn gebaseerd) en hij heeft een groot deel van Europa geregeerd, nadat hij in ca 40 jaar oorlog flinke stukken aan het rijk van zijn voorvaderen had toegevoegd. Als dat hem een legendarisch persoon maakt, klopt het, maar het ziet er naar uit dat het hier meer gaat om sagen, fictieve verhalen die over echte personen verteld worden gaat (zie ook wikipedia). Ik ben dan trouwens ook benieuwd wie die andere legendarische koningen waren. Arthur?
Karel de Grote was daar één van. Hij bouwde een indrukwekkend keizerrijk op in Europa.
Nee, dat deed hij niet. Zijn voorgangers, te beginnen met Clovis ca 490 waren al begonnen met het uitbreiden van hun Frankische rijk en hij maakte het af. Onder zijn regering bereikte het zijn grootste omvang. Maar hij was niet bezig een keizerrijk (imperium) te bouwen; het was een koninkrijk (regnum), dat door tamelijk toevallige omstandigheden in 800 een keizerrijk werd.
In de vijfde eeuw was het helemaal afgelopen met het Romeinse Rijk. De meest invloedrijke stam op dat moment waren de Franken. Hun koningen legden de basis voor een nieuw Europees keizerrijk,
Nee, dat deden ze niet. Dat kunnen wij met ‘hindsight’ zien, maar zij wisten niet dat ze daarmee bezig waren. Trouwens: er was al een keizerrijk in Oost- en Zuid-Europa en de ambitie om er een nieuw naast te maken heeft nooit bestaan. Dat kwam, zoals ik hiervoor al schreef, louter door toevallige omstandigheden tot stand.
met als beroemdste voorman Karel de Grote. Onder zijn leiding breidde het rijk zich gigantisch uit. Zijn grootste doel was om alle stammen (Germanen, Saksen, Franken etc.) die in Europa leefden, tot één christelijk volk te maken.
Het is zeer de vraag of dat zijn ‘grootste doel’ was. En als het dat was dan waren zijn voorhangers Karel Martel en Pepijn de Korte daar al sinds ca 716 mee bezig. De veroveringen werden echter eerder ingegeven door machtspolitiek en het reageren op rebellie daartegen, dan om het christendom te verspreiden. Dat het christendom gebruikt werd om de invloed op de bevolking via de kerk te verdiepen en verfijnen is een feit, maar dat was echt geen gevolg van het willen bekeren van die arme heidenen. Het was eerder een bewuste bevolkingspolitiek: de heidenen moesten christenen worden omdat ze dan beter onder de duim gehouden konden worden.
Vanuit zijn paleis in Aken bestuurde hij zijn rijk, waar ook de Nederlanden onder vielen.
De palts te Aken was pas in zijn laatste jaren een wat vastere verblijfplaats voor de keizer, vooral vanwege de nabijheid van geneeskrachtige bronnen die zijn reumatiek verlichtten. Daarvoor verbleef hij nooit langer dan enkele weken tot enkele maanden per jaar in dezelfde plaats. Hij had paltsen overal in zijn rijk, van het huidige Frankrijk, België, Nederland (Nijmegen) en Duitsland tot in Italië. Hij regeerde nooit vanuit één plaats, dat zou met de toenmalige communicatiemiddelen ook nooit gelukt zijn; hij moest zich regelmatige vertonen aan zijn onderdanen omdat ze anders dreigden tegen hem in opstand te komen. Middeleeuwse vorsten zouden dat gebruik nog tot ver in de 15e eeuw volhouden.
In 800 kroonde de paus Karel de Grote tot keizer, wat hem nog meer aanzien gaf en waarmee hij als het ware de Romeinse keizers van weleer opvolgde.
De kroning was in scene gezet om de vijanden van de paus de wind uit de zeilen te nemen en hem zekerheid te geven dat hij hulp van de ‘keizer’ zou krijgen tijdens zijn heerschappij. Karel veroverde daarbij een vastere plaats in Italië naast zijn nogal wankele positie als koning van Lombardia. Maar dat was allemaal niet erg naar de zin van de Byzantijnse keizer die pas schoorvoetend in 812 Karel als (mede)keizer erkende.
Dat hij in ieder geval veel indruk heeft gemaakt in de Nederlanden, blijkt wel uit de verhalen die, lang na zijn dood, altijd nog over hem verteld werden. Daarin had hij steeds een grote heldenrol en was hij hét voorbeeld van een nobele, goed christelijke koning.
Dat laatste waag ik te betwijfelen; lees het Roelandslied maar eens. De Karel-epiek is voor het grootste deel uit Frankrijk afkomstig, dateert uit de 11e en 12e eeuw en is pas sinds de 13e eeuw in het Middelnederlands vertaald. Met andere woorden; bekende volksverhalen werden eeuwen na zijn dood aan de inmiddels ‘legendarische’ Karel opgehangen en zo ontstonden de bekende sagen en romans. Het is niet gezegd dat er een grond van waarheid in die verhalen zit al komen namen uit zijn omgeving, plaatsen en sommige gebeurtenissen (de slag in de pas van Roncevalles) erin voor.
Of hij nou echt zo heilig was,
Curieus om dat hier te lezen. Nobel en goed christelijk maakt je nog niet heilig. Hij is in 1165 door tegenpaus Paschalis III (1164-68) zalig en misschien ook heilig verklaard, maar dat was een politieke zet omdat de paus op de hand van de Duitse keizerlijke familie was en keizer Frederik I Barbarossa in 1167 voor de tweede maal tot keizer kroonde (eerste keer 1155). Hij werd daarna eigenlijk alleen maar rond Aken als heilige (en het is de vraag of hij dat ooit is geworden) vereerd. De kerk accepteerde dat stilzwijgend, ondanks dat ze wisten van zijn hardhandige onderwerping van bijvoorbeeld de Saksen.
valt te bezien met het oog op de vele oorlogen die hij voerde. Maar het is wel zeker zo, dat hij veel heeft bijgedragen aan de culturele ontwikkeling in Europa.
Die bijdrage is te vatten in het ontwerpen van een beheerssysteem voor het regeren van een zeer groot rijk en het daardoor centraliseren van bepaalde ontwikkelingen zoals scholing van geestelijken en het zorgen voor een systeem van landbouw dat zijn legers moest voeden. Ook dit stond dus allemaal in het teken van de machtsuibreiding en –handhaving in het rijk. Het feit dat het rijk zoveel Europees gebied bevatte zorgde voor een soort Europese verspreiding van kennis in het latijn door het hele rijk. Dat zorgde op zijn beurt weer voor een opleving van de klassieke kennis die zo onder geestelijken en geleerden werd verspreid. Voor de gewone man heeft die kennis weinig betekend: die moesten voedsel en drank produceren en dienen in zijn legers. Ook cultuur, maar wel anders als hierboven bedoeld.
Zo ontwierp hij een letter die makkelijk te lezen en te schrijven was. Dat lijkt misschien onbelangrijk, maar eerder waren de handschriften werkelijk níet te ontcijferen.
Volkomen onzin. Hij kon wel lezen en sprak zijn talen, maar hij kon nauwelijks schrijven en heeft dat ook nooit goed geleerd. Wel werd in zijn kanselarij, bemand met geestelijken, de al eerder bestaande merovingische en duitse minuskel ontwikkeld tot de karolingische minuskel. Die was makkelijk te lezen en aan te leren, maar het was niet zo dat eerdere handschriften niet te lezen waren. Die letters, waaronder de uncialen, waren zeker zo duidelijk, maar hadden de neiging te snel geschreven te worden waardoor ze onduidelijk werden. Dat probleem werd met de karolingische minuskel opgelost. Het ontwikkelen gebeurde in de scriptoria van diverse abdijen en was het werk van monniken, niet van de koning.
Na de dood van Karel was de eenheid snel voorbij. Zijn erfgenamen, drie zonen,
Karels opvolger was zijn zoon Lodewijk, later genaamd de Vrome, die van 814 tot 840 in zijn eentje regeerde. Twee eerdere zonen, Pepijn en Karel jr waren al voor Karels dood overleden, resp. 810 en 811. Hij had dus maar één erfgenaam. Lodewijk verdeelde zijn rijk wel onder drie zonen die in 843 overeenkwamen het rijk in drieën te splitsen. Daar gingen oorlogen mee gepaard die veel ellende veroorzaakten en de strooptochten van de Noormannen mogelijk maakten. De politieke situatie was zo ingewikkeld dat Noormannen als graven en hertogen in de diverse gebieden aangesteld werden om die tegen hun eigen collega’s te verdedigen.
kregen onderling zo'n ontzettende ruzie, dat het rijk in stukken uiteen viel. Toen was het de beurt aan de Duitse keizers.
De oudste zoon van Lodewijk de Vrome, Lotharius, volgde zijn vader op als keizer van het hele rijk en koning in het middengebied. In 855 werd zijn zoon Lodewijk II keizer en koning van Italië. In 875 volgde zijn oom Karel de Kale van het westelijke rijk hem als keizer op tot 877, waarop diens neef Karel de Dikke van het oostelijke rijk in 881 het keizerschap wist te bemachtigen, maar hij stierf in 887. Diens bastaardneef Arnulf is tussen 896 en zijn dood in 899 nog even keizer geweest en ook Berengarius, koning van Italië heeft nog even de keizerstitel gevoerd (915-923), maar dit waren allen geen Duitse keizers, al was Karel de Dikke wel koning van het oostelijke rijk. Pas de Saksische vorsten waren in 962 in staat de keizerstitel voor Otto I te verwerven, waarmee de keizer pas echt ‘Duits’ werd, al werd het rijk altijd het Heilige Roomse Rijk genoemd. Pas in de 15e eeuw werd daar ‘der Duitse natie’ aan toegevoegd.
Kortom: in dit zeer korte stukje van 280 woorden staan zoveel blunders, fouten, ongefundeerde beweringen en kort door de bocht zinsneden dat het niet leuk meer is. Het is des te triest omdat er zoveel literatuur over de man is, inclusief die op Wikipedia. Bovendien ben ik, in tegenstelling tot wat de canon ons wil doen geloven, er niet van overtuigd dat hij zo belangrijk voor ons land geweest is. Of dat hij een voorloper van de EG is. Zijn grootvader en vader hebben hier meer bereikt en door hen is het bisdom Utrecht ontstaan. Zijn nakomelingen hebben er door hun onderlinge ruzies voor gezorgd dat hier de latere een graafschappen en hertogdommen ontstonden; daar had Karel niets mee van doen. Dat hij misschien een paar keer in zijn leven op de palts in Nijmegen is geweest doet daar niks aan toe.
Henk ’t Jong MA
Mediëvist