Het lijkt het verhaal uit een jongensboek: arme weesjongen wordt Nederlandse volksheld. Toch gebeurde dat echt met Jan Carel Josephus van Speijk.
Toen zijn ouders waren overleden, ging de 11-jarige Jan van Speijk in het Amsterdamse burgerweeshuis wonen. De kleine Jan wilde dolgraag naar zee. Met hulp van zijn oudere broer die bij de marine zat, begon Jan in 1820 als stuurmansleerling.
Tien jaar later in was Van Speijk opgeklommen tot Luitenant ter Zee 2de klasse. In diezelfde tijd kwam België, dat onderdeel was van het Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I, in opstand. Met zijn oorlogsschip voer luitenant Van Speijk naar de Antwerpse haven om te helpen in de strijd tegen de opstandige Belgen.
Dat hij zijn taak serieus nam, blijkt wel uit een brief die hij in december 1830 aan zijn nicht schreef. Hierin stond dat 'eerder nog boot met kruid en mij de lugt ingaat' dan dat hij zich zou overgeven aan de opstandelingen.
En Van Speijk hield zich aan zijn woord. Toen zijn schip op 5 februari 1831 in handen van de Belgische opstandelingen dreigde te raken, gooide hij een brandende sigaar in het buskruit aan boord. De enorme ontploffing verwoestte het hele schip en doodde 26 Nederlanders, inclusief hemzelf, en een onbekend aantal Belgen.
Direct daarna begon er in Noord-Nederland een enorme heldenverering rondom Van Speijk. Wat een zelfopoffering! Wat een trouw aan het vaderland! Dat zijn zelfgekozen dood niet kon voorkomen dat België onafhankelijk werd, deed aan zijn heldendom niets af.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana