Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Blog

Ik en wij

Blog Anton Kos 2 1

De verlosser

Johan Cruijff

Rapporteer deze inhoud als ongepast
Gepost door: Inge Willemsen 6 april 2011, 10:40

Zondagochtend 6 december 1981. Mijn vader was ziek. Niet naar Ajax dus, ik was te jong om alleen te gaan. Een ramp. Want Johan Cruijff was teruggekeerd en zou die middag voor het eerst weer voor Ajax spelen, tegen Haarlem, tegenwoordig geen betaald voetbalorganisatie meer. Dus begon ik te dreinen. En te dreigen. En dingen stuk te maken. Werkt nog steeds.

  • Amsterdam, 6 december 1981  

    Ajax-Haarlem 4-1. Johan Cruijff, terug in de Meer, is met de bal langs Kleton (m) en Verkaik geglipt als scheidsrechter Keizer 'doorspelen' gebaart.

  • Oplossing: mijn vader schakelde een oom in, Gert Slokker. Vriend van tante Josien, de zus van mijn moeder.

    Een vriend. Ik vond dat heel modern en verdacht, volwassenen waren getrouwd, man en vrouw, geen ‘vrienden’ van elkaar.

    In die tijd kochten we op de wedstrijddag kaartjes. Geen gezeur met pasjes, paspoorten of voorverkoop. Kaarten genoeg.

    Die keer niet. De loketten werden bestormd. ‘Oom’ Gert lukte het om kaartjes te bemachtigen. Naar binnen. Ik keek mijn ogen uit. Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig was een uitverkocht stadion De Meer namelijk een nieuwigheid. Ik dacht: wat doen ...

Blog Anton Kos
Rapporteer deze inhoud als ongepast
Gepost door: Inge Willemsen 6 december 2010, 10:21

Italië, midden jaren tachtig van de vorige eeuw: voetbaltrainer Arrigo Sacchi zag zijn landgenoten een voetbalveld betreden alsof het een verlengstuk van hun leven was. Vandaar dat ze wilden winnen, zonder al te veel risico en met veel verdedigen: het zogenoemde cattenacio. Sacchi gruwde ervan en vroeg zich af hoe hij een Italiaans voetbalelftal aanvallend en fraai kon laten spelen: ‘Telkens kwam hij uit bij sociaal-culturele verschillen’, aldus Jan-Cees Butter in zijn boek Het perfecte elftal. De Hollandse gloriejaren van AC Milan (2010).

Sacchi haalde daarom aanvallend ingestelde Nederlanders naar zijn club AC Milan. Eerst Ruud Gullit, toen Marco van Basten en tot slot Frank Rijkaard. Daaromheen drapeerde hij Italianen, maar wel Italianen die niet-Italiaans voetbalden of op zijn minst begrepen dat de bal zo snel mogelijk via Rijkaard bij Gullit of Van Basten moest belanden. Binnen no-time stond er een onoverwinnelijk elftal in het veld dat oogstrelend en aanvallend voetbal speelde.

Al snel sprak Sacchi over ‘onze Nederlandse stijl’ en dat er bij Milan al ‘Nederlandse elementen’ te zien waren: de razendsnelle omschakeling bij balverlies en de buitens...